Rechter vond testament onzinnig

Printvriendelijke versie

In een testament proberen de meeste mensen te regelen dat hun nabestaanden goed achterblijven. Heel soms gebruikt iemand zijn testament juist om zijn nabestaanden dwars te zitten. Dat kan soms zo ver gaan dat de nabestaanden de rechter vragen om in te grijpen.

De rechtbank in Noord-Holland moest onlangs over een testament oordelen van een man, die het leven van zijn echtgenote na overlijden nog leek te willen verzuren. In zijn testament had de man zijn echtgenote onterfd maar wel een vruchtgebruik van de woning gegeven voor de periode van zeven jaar. Mocht zij eerder met een ander in het huwelijksbootje stappen dan eindigde het recht van vruchtgebruik. Omdat een onterfde echtgenote sowieso recht heeft op het vruchtgebruik van de echtelijke woning vond de rechter de beperking tot zeven jaar of tot het moment van een eerder huwelijk niet correct. De echtgenote hoeft zich daar van de rechter niets van aan te trekken.

De man had in het testament nog meer uitzonderlijke bepalingen laten opnemen. De echtgenote moest de tuin ongewijzigd laten en zorgen dat de tuin in een uitstekende staat van onderhoud zou blijven. Daarnaast moest de echtgenote de werkkamer van de man onveranderd in stand laten en mocht ze haar eigen familieleden geen toegang tot de woning geven. Tot slot was de echtgenote benoemd tot bewindvoerder over het erfdeel van het kind, maar moest zij over elke beslissing boven de €250 overleggen met de zusjes van haar overleden man.

De rechter vindt de beperkingen onzinnig. De beperkingen zijn volgens de rechter niet alleen in strijd zijn met ‘de goede zeden’ maar lijken ook voort te komen uit de wens van overledene om het leven zijn echtgenote zo lastig mogelijk te maken. De rechter bepaalt dan ook dat de echtgenote zich niet aan de onzinnige beperkingen hoeft te houden.

Heeft u te maken met een bijzonder testament? Wij helpen u graag met de beoordeling van de bewoordingen en een advies over de mogelijke aanpak.

Bron: Notamail 5 oktober 2017, nummer 252.